Soms lijkt iets heel kleins gewoon praktisch. Een afspraak bij de kapper bijvoorbeeld. Iets wat je uitstelt, uitstelt… en dan eindelijk doet. Ik was een jaar niet geweest. Mijn vaste kapper was gestopt en ergens vond ik het spannend om iemand nieuws te zoeken. Ondertussen werd mijn haar steeds langer en de dode punten ook. Het was eerlijk gezegd gewoon hoog nodig.
Dus ik maakte een afspraak. Wat ik niet wist, was dat deze kappersafspraak een hele andere lading zou krijgen dan alleen “even knippen”.
Ik kwam binnen en zag meteen een bekend gezicht. Iemand met wie ik op de basisschool had gezeten. Dat alleen al zorgde voor een lichte schok in mijn lijf. Alsof ik in een seconde weer even dat meisje van vroeger was. En eerlijk? Dat maakte me onzeker. Ik zie er nu anders uit dan toen. Ik heb een maatje meer dan “vroeger” en ik voelde meteen een soort spanning. Alsof er automatisch een oordeel klaarstond. Misschien was dat vooral mijn eigen angst, maar het voelde echt. Alsof ik weer bekeken werd door de ogen van het verleden.
Natuurlijk kwamen ook de standaardvragen. “Hoe gaat het?” “Wat doe je voor werk?” “Hoe gaat het met je familie?” Normale vragen. Logisch zelfs. Maar voor mij waren ze allesbehalve luchtig. Want door nu eerlijk te vertellen hoe mijn jeugd écht was, schetste ik een heel ander beeld dan het meisje dat ik toen liet zien. Als kind heb ik ontzettend veel verborgen moeten houden. Dat moest van mijn moeder. Wat er thuis gebeurde, bleef thuis. Dus hield ik mijn mond. En bedekte ik mezelf letterlijk. Altijd lange mouwen. In de winter logisch. Maar ook in de zomer. Lange broeken. Koltruien.
Toen ik nu vertelde hoe het vroeger echt zat, zag ik iets in haar blik veranderen. Alsof er puzzelstukjes op hun plek vielen. Ze zei: “Oh… daarom droeg jij altijd lange mouwen. Ook in de zomer.” En daarna: “En die koltruien dan ook?” En ik kon alleen maar knikken. Dat moment kwam binnen. Ineens kwamen er herinneringen boven die ik blijkbaar ergens had weggestopt. Dingen die voor mij normaal waren, maar dat helemaal niet waren. Want standaard lange mouwen dragen in de zomer is niet normaal. Altijd bedekt zijn is niet normaal.
En toen kwam er nog een gedachte. Als zij het zich herinnert… dan moeten er meer mensen zijn geweest die het hebben gezien. Die iets hebben opgemerkt. En dan vraag ik me af: waarom heeft er nooit iemand ingegrepen? De rest van de afspraak zat ik vooral stil. Terwijl er vanbinnen van alles gebeurde. Herinneringen. Verdriet. Een soort schaamte die eigenlijk niet van mij zou moeten zijn. En ook het besef dat ik daar zat als de vrouw die ik nu ben, open, eerlijk, enthousiast maar me tegelijkertijd weer even dat stille, onzekere meisje voelde. En misschien raakte dát me nog wel het meest. Want ik dacht dat ik dat meisje achter me had gelaten. Maar ze is er blijkbaar nog steeds zit. Diep vanbinnen. Ondanks hoe hard ik probeer haar niet meer te zijn. Dankjewel dat je de moeite neemt om dit te lezen. Het betekent veel voor me.
Liefs,
Sharon Roos
