Afzonderen

De laatste tijd merk ik dat ik mezelf een beetje afzonder. Niet omdat ik dat per se wil, het gebeurt gewoon. Alsof ik langzaam iets meer naar binnen keer. Minder reageren, minder afspreken, minder delen. Echter in mijn hoofd is het namelijk allesbehalve stil. Er gaan veel gedachten en gevoelens door me heen. Dingen die nog geen duidelijke vorm hebben. Inzichten uit therapie, herinneringen die langskomen, vragen waar ik nog geen antwoord op heb. Het voelt alsof er van alles in beweging is, maar zonder dat ik precies kan uitleggen wat er gebeurt. En dat maakt het ingewikkeld om het erover te hebben.

Vooral de vraag “Hoe gaat het?” vind ik lastig. Niet omdat mensen het niet goed bedoelen, juist wel. Maar omdat ik het antwoord zelf niet goed weet. Het gaat niet slecht, maar ook niet echt goed. Het is… gewoon veel. En hoe leg je dat uit zonder een heel verhaal te moeten vertellen dat je zelf nog niet eens begrijpt? Dus zeg ik maar “goed hoor” of “gaat wel”. En trek ik me daarna weer een beetje terug. Ik merk dat ik de laatste tijd minder naar de online handwerkcommunity ga en ook minder snel hulp vraag aan vrienden. Niet omdat ik het niet wil, maar omdat ik niet zo goed weet wat ik moet zeggen. Alsof ik eerst zelf moet begrijpen wat er vanbinnen gebeurt, voordat ik het kan delen met anderen.

Een groot deel van mijn energie gaat momenteel naar therapieën en behandelingen. Niet alleen voor mijn mentale gezondheid, maar ook voor fysieke dingen. Mijn lichaam vraagt aandacht, mijn hoofd vraagt aandacht en soms voelt het alsof dat samen al een dagtaak is. Tegelijk doe ik daar ook waardevolle inzichten op. Dingen die me helpen, maar die ook tijd nodig hebben om te landen. Daarnaast probeer ik mezelf ook bezig te houden met mijn “vrijwiliggerswerk”, en dat vind ik oprecht fijn. Het geeft structuur, ritme en een gevoel van betekenis. Maar ik merk ook dat daardoor de ruimte om alles rustig te verwerken kleiner wordt. Alsof ik steeds een beetje moet schakelen tussen doorgaan en voelen.

En toch… ergens zit er ook een andere kant. Want ondanks dat ik me terugtrek, merk ik dat ik eigenlijk wel behoefte heb aan contact. Aan iemand die gewoon even naast me zit. Die doorvraagt. Die me een knuffel geeft. Iemand bij wie ik niet hoef na te denken over woorden, en die niet vastzit aan een bepaalde tijd waarin alles verteld moet worden. Dat was vroeger vaak oma. Zij was degene bij wie ik gewoon kon zitten. Waar stiltes niet ongemakkelijk waren en waar een knuffel genoeg kon zijn. Iemand die er simpelweg was, zonder dat ik iets hoefde uit te leggen. En ik merk dat ik het moeilijk vind dat dat nu niet meer kan. Dat die vanzelfsprekende plek er niet meer is. Dat gemis voel ik juist op momenten dat ik zelf niet goed weet wat ik nodig heb

Misschien is dit gewoon een periode waarin er veel gebeurt vanbinnen, en vanbuiten. Waardoor ik opzoek moet naar balans tussen ruimte nemen voor mezelf en verbonden blijven met anderen. Voor nu probeer ik mild te zijn voor mezelf. Te accepteren dat ik niet overal woorden voor heb. En erop te vertrouwen dat het delen vanzelf weer makkelijker wordt. Dankjewel dat je de moeite neemt om dit te lezen. Het betekent veel voor me.

Liefs,
Sharon Roos

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *