Soms hoop je dat iets vanzelf minder wordt. Dat als de tijd verstrijkt, de scherpe randjes eraf gaan. Dat nachten rustiger worden, zachter. Maar eerlijk? Dat is nu niet wat er gebeurt.
Na het schrijven van mijn vorige blog over traumanachten merkte ik even opluchting. Het opschrijven luchtte op. Het voelde alsof ik een stukje had gedeeld dat al te lang in mij vastzat. Maar de nachten zelf… die zijn er nog steeds. Sterker nog, ik heb het gevoel dat ze zich de laatste tijd vaker aandienen. Alsof mijn hoofd ’s nachts overuren draait, zonder rekening te houden met hoe moe ik eigenlijk ben.
Wat ook veranderd is, is wát er langskomt. Waar het eerst vooral herinneringen uit mijn verleden waren, merk ik nu dat ook medische situaties zich steeds vaker aandienen. Beelden van ziekenhuiskamers, momenten rondom operaties, de eerste dagen daarna. Dagen waarin mijn lichaam pijn deed, maar wellicht nog wel meer naar het feit dat dingen niet lukte. Het zijn flarden, geen hele verhalen, maar ze zijn intens genoeg om me wakker te schrikken. Met een bonzend hart, een lijf dat gespannen is en het gevoel dat ik weer terug ben daar, terwijl ik rationeel weet dat dat niet zo is.
Die combinatie vind ik confronterend. Alsof mijn systeem geen onderscheid meer maakt tussen toen en nu. En ’s nachts, als alles stil is en de wereld slaapt, voelt dat extra eenzaam. Er is niemand om even tegen te praten, niemand die zegt: je bent hier, het is oké. Alleen ik, mijn gedachten en die onrust die maar blijft hangen.
Toch is er ook iets veranderd. Iets kleins, maar voor mij van grote waarde. Guusje. Sinds hij er is, merk ik dat ik sneller terug kan komen naar het hier en nu. Soms ligt hij al tegen me aan als ik wakker schrik. Soms hoor ik hem bewegen of voel ik zijn warme lijfje naast me. En dat helpt. Meer dan ik had verwacht. Hij dwingt me als het ware om te voelen waar ik ben. In mijn bed. In mijn huis. Nu. Veilig. Ik focus me op zijn ademhaling, op het aaien van zijn vacht, op het ritme dat hij met zich meebrengt. En langzaam zakt mijn lijf dan een beetje. Niet altijd meteen, niet altijd helemaal, maar wel genoeg om me eraan te herinneren dat dit moment anders is dan toen.
De traumanachten zijn er nog. Misschien zelfs heftiger dan eerst. Maar ik sta er niet meer helemaal alleen in. En soms is dat kleine verschil precies wat ik nodig heb om de nacht door te komen. Dankjewel dat je de moeite neemt om dit te lezen. Het betekent veel voor me.
Liefs,
Sharon Roos
