Soms denk ik: “Het gaat wel.” Maar als ik eerlijk ben, vind ik het herstel van mijn operaties eigenlijk best moeilijk. Stiekem merk ik dat het me zwaarder valt dan ik had verwacht. Ergens wil ik gewoon weer de oude zijn. Doorgaan. Niet te lang stilstaan. Maar juist dat ongeduld maakt het lastig. Het zorgt ervoor dat ik te snel wil, te veel probeer, en dat ik dan weer terugval. Met andere woorden: het gaat met vallen en opstaan!
Wat het nog lastiger maakt, is dat iedereen zo goedbedoeld blijft zeggen wat ik moet doen. Wat verstandig en beter is. En ergens weet ik dat ook wel. Maar het lukt me niet altijd om me daaraan te houden. En dat neem ik mezelf dan weer kwalijk. Toch merk ik ook, dat er wel stappen vooruit zijn. Kleine, soms bijna onzichtbare stappen… maar ze zijn er! Ik begin iets beter te luisteren naar wat ik wel en niet aankan. En dat geeft hoop. Tegelijk voel ik dat er nog ruimte is voor verbetering.
En precies daar ontstaat iets lastigs: ik leg druk op mezelf. Een enorme druk, op dit moment. De gedachte dat het nu allemaal wel weer oke moet zijn. Dat ik alles maar weer moet kunnen, en dat ik wel lang genoeg gerust heb. Waardoor ik gewoon weer mee moet draaien met het leven. Maar mijn lichaam zegt iets anders. Het zegt: “Wacht nog even. Ik ben er nog niet helemaal.” En dat wringt.. Het voelt alsof ik tussen twee werelden in zit: wat ik van mezelf verwacht, en wat mijn lichaam eigenlijk nodig heeft.
Die tweestrijd is er elke dag. Het is aan de ene kant proberen te luisteren naar mijn lichaam en mijn grenzen. En aan de andere kant het sterke verlangen om gewoon weer verder te kunnen. Wellicht is dit ook gewoon onderdeel van het proces. Dat het niet perfect hoeft, dat het oke is dat het soms schuurt, wankelt, of vertraagt. Ach ik weet het niet; ik vind het maar ingewikkeld allemaal! En voor nu kies ik ervoor omdat even oke te vinden. Dankjewel dat je de moeite neemt om dit te lezen. Het betekent veel voor me.
Liefs,
Sharon Roos
