Wanneer ik, voor jou, iemand anders word – Lieve oma #5

De laatste keren dat ik bij je was, herkende je me niet meer. Je keek naar me, je zocht, je probeerde namen te vinden. Ik zag het gebeuren. Soms zei je een naam hardop, soms bleef hij ergens hangen. Maar uiteindelijk kwam je steeds bij dezelfde uit: Petra. De naam van mijn moeder, en dus jouw dochter. Ik zei dat ik Sharon was. Dat ik je kleindochter ben, dat ik je vaak zie en dat we een goede band hebben. Maar er ging geen lampje bij je branden. Je bleef me verwarren met de persoon die ons veel pijn heeft gedaan. Alsof dat voor jou klopte. Alsof dat de waarheid was die je op dat moment voelde.

Je was zo blij dat ik weer terug was in je leven. Je zei hoe fijn je het vond dat “Petra” er weer was. Dat ze nu zo lief voor je was, terwijl dat in het verleden zo anders was. Dat ik zelfs wist hoe je je thee drinkt, hoe je je boterham graag eet. Dat ik rustig bij je zat en voor je zorgde. Je straalde dankbaarheid. En ik glimlachte terug, terwijl er vanbinnen van alles gebeurde. Want voor mij, als Sharon, is dit normaal. Ik ben altijd in je leven geweest. Ik weet hoe jij je thee drinkt, hoe je je brood eet, wat je fijn vindt. Maar als Petra is dat ineens bijzonder. En ergens voelde ik: ik wil je dat gevoel niet afpakken. Het gevoel dat je nu een goede band hebt met haar. Dat je blij bent. Dat je liefde voelt.

Tegelijk raakt het mij diep. Meer dan ik had verwacht, of eigenlijk durf toe te geven. Want vergeleken worden met mijn moeder is misschien wel mijn grootste angst. Ik wil niet zijn zoals zij. Ik wil niet gezien worden als haar. En ook al weet ik met mijn hoofd dat jij dit niet bewust zegt, dat je het niet zo bedoelt en dat je woorden voortkomen uit verwarring, mijn hart voelt dat anders. Jij ziet mij niet meer; jij ziet je dochter. En dat doet pijn. Ook al is het niet met opzet. Ook al weet ik dat je er niets aan kunt doen. Het raakt aan iets ouds, iets kwetsbaars in mij. En dat laat ik je niet merken. Ik lach, ik knik, ik speel mee. Voor jou. Omdat jij mijn pijn niet meer hoeft te dragen.

Hierdoor sta ik vaak in tweestrijd. Mensen zeggen: “Je moet er zijn voor je oma.” En ik snap dat. Dat wil ik ook. Maar ik weet niet meer zo goed of ik dat nog kan. Of het voor mij nog goed voelt. Het voelt kwetsbaar om dit te delen, want is niet meer gaan dan ook een optie? Ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat ik op dit moment een beetje aan het vermijden ben. Dat ik het steeds lastiger vind om naar je toe te gaan. Niet omdat ik niet van je houd. Maar omdat ik niet nog een keer die pijn wil voelen. De pijn van niet herkend worden. De pijn van gezien worden als iemand die ik niet ben. En de pijn van niet weten hoe ik hiermee om moet gaan.

Ondanks alles wat pijn doet, wil ik dat je weet dat mijn liefde voor mijn oma nog net zo groot is. Die staat niet ter discussie. Zij is mijn grootste steunpilaar en dat zal ze altijd blijven. Ook als woorden verdwijnen, ook als namen door elkaar lopen. De liefde die ik voor haar voel zit dieper dan herkenning. Dank je wel dat je de moeite neemt om dit te lezen. Het betekent veel voor me.

Liefs,
Sharon Roos



Eerdere blogs van de reeks Lieve oma:
– Gedicht: “De naam die jij vergat” – Lieve oma #1
 Gedicht: “Een moment van herkenning”  Lieve oma #2
– Gedicht: “Ik zie je zoeken” – Lieve oma #3
– Wanneer het contact verandert – Lieve oma #4

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *