Ik heb het warm. En dat klinkt misschien heel normaal. Voor de meeste mensen is dat ook zo. Maar voor mij is dat allesbehalve vanzelfsprekend. Jarenlang had ik het namelijk altijd koud. Echt koud, soms zo erg dat ik moest douchen om het weer warm te krijgen.
Doordat mijn nierfunctie steeds verder achteruit ging, was het een soort standaard geworden dat ik het koud had. Ik was die persoon die altijd en overal dekens had liggen. Die standaard een vest aan had, zelfs als anderen het prima vonden zonder. De persoon die ’s avonds een kruik mee naar bed nam en in de winter gerust onder een elektrische deken kroop. Dat was gewoon… hoe het was.
Maar deze winter is het ineens anders. Ik heb mijn elektrische deken niet eens tevoorschijn gehaald. Iets wat echt nog nooit is gebeurd sinds ik hem heb aangeschaft. Normaal gesproken is dat zo’n beetje het eerste wat ik pak zodra het kouder wordt. Dit jaar? Niet nodig gehad!
Sterker nog: ik merk dat ik het eigenlijk altijd warm heb. Als ik ergens naartoe ga, trek ik vaak al snel mijn jas uit. En niet omdat het “wel kan”, maar omdat het gewoon moet. Ik zit regelmatig gewoon in een T-shirt, terwijl het toch echt winter is. Mijn truien heb ik dit jaar eigenlijk nauwelijks gedragen. Ze liggen er wel, maar ik pak ze gewoon niet omdat ze niet nodig zijn.
En dat is wennen. Soms moet ik me zelfs even herpakken. Dan denk ik: heb ik het nou echt warm? Dat gevoel heb ik zolang niet gehad, dat het bijna vreemd voelt om het nu weer te ervaren. Alsof mijn lichaam ineens iets doet wat het jaren niet gedaan heeft. Ik weet natuurlijk waar het vandaan komt. De overgang speelt hierin mee. Iets waar ik inmiddels middenin zit, of ik dat nou wil of niet. En blijkbaar hoort dit er ook bij. Opvliegers, een ander temperatuurgevoel… mijn lichaam dat zich weer op een andere manier laat horen. Het gekke is dat ik het ergens ook wel fijn vind. Niet meer standaard koud zijn, niet meer altijd lagen over lagen aan moeten. Niet meer afhankelijk zijn van kruiken en dekens om het een beetje comfortabel te hebben. Dat geeft ergens ook een soort vrijheid.
Tegelijk is het ook weer zoeken. Want mijn “oude normaal” is veranderd. En ik moet opnieuw ontdekken wat ik prettig vind. Wanneer ik iets aantrek, wanneer ik juist iets uittrek, wat mijn lichaam nodig heeft. De zoektocht zal dan ook nog wel even doorgaan, maar het feit dat ik het niet meer standaard koud heb, voelt voor mij echt als winst! Dankjewel dat je de moeite neemt om dit te lezen. Het betekent veel voor me.
Liefs,
Sharon Roos
