Gedichten schrijven is voor mij een manier om stil te staan bij wat ik voel en meemaak. Woorden helpen mij om emoties, gedachten en herinneringen een plek te geven. Soms komt een gedicht voort uit een mooi moment, soms uit iets moeilijks. Het kan gaan over liefde, verlies, hoop, of gewoon over iets kleins wat me opvalt in het dagelijks leven. Na jaren geen gedichten meer te hebben geschreven, heb ik deze hobby weer opgepakt. Met mijn gedichten probeer ik te luisteren naar wat er in mij opkomt. Elk gedicht is eerlijk en komt recht uit mijn hart. Ik hoop dat anderen zich erin herkennen, geraakt worden of er even bij stil blijven staan. Zoals je ziet is het me gelukt om een nieuw gedicht te schrijven wat ik graag met jullie wil delen!

Mijn grens:
Ik heb mezelf zo vaak stilgemaakt,
omdat ik bang was dat iemand mij dan haat.
Dus slikte ik mijn woorden keer op keer,
en zei “het is goed”, terwijl dat anders was alweer.
Ik leerde al vroeg om mezelf weg te cijferen,
uit angst om iemand boos te maken of te irriteren.
Mijn eigen gevoel stond altijd achteraan,
want als de ander tevreden was, dan kon ik teminste verdergaan.
Dus zei ik ja, terwijl er iets anders in mij schreeuwde,
en deed ik wat van mij verwacht, ben je nu tevreden?
Ik maakte mezelf kleiner, dat is verkeerd nietwaar,
want mijn grens aangeven voelde als gevaar.
En eerlijk? Soms doe ik dat nog steeds,
dan voel ik die oude angst vervormd tot een beest.
Mijn hart zegt: “Stop. Dit gaat over jouw grens.”
Maar mijn hoofd zegt: “Doe maar gewoon, vergeet je wens.”
Toch is er iets veranderd, al gaat het langzaam vooruit,
ik spreek steeds iets vaker mijn eigen wil uit.
Want ik begin te begrijpen dat ik niet altijd hoef te geven,
dat ik ook grenzen mag hebben in mijn eigen leven.
Dat een “nee” mij niet hard, lastig of gemeen maakt,
en dat mezelf beschermen niet betekent dat ik een ander afkraak.
Ik mag kiezen voor mezelf, ook al voelt dat nog verkeerd,
want mezelf steeds opnieuw verliezen daar heb ik van geleerd.
Dus ja, soms val ik terug in dat oude patroon,
en voel ik me daarna weer klein en ongewoon.
Maar steeds wat vaker pak ik mezelf weer bij de hand,
en zeg ik: “Tot hier. Dit is mijn grens. Dus zet je voeten in het zand.”
Ik ben er nog niet. Dat zal ik eerlijk zeggen.
Ik moet nog geregeld mijn eigen grenzen uitleggen.
Maar waar ik vroeger mezelf compleet vergat,
sta ik nu op. En dat is precies wat ik nodig had.
